Begeleide oefening 3#
Gegeven is de volgende constructie en een willekeurige doorsnede met bekend dwarskrachtencentrum.:
Verdeelde belasting grijpt aan op \(y=0\)
Fig. 153 #
Waarvan je de wringende momentenlijn moet bepalen.
Opgave
Gegeven zijn drie 2D-weergaves van de constructie
Fig. 154 #
Uitwerking
Optie 3 is correct:
De verdeelde belasting werkt naast het dwarskrachtencentrum, dus dit veroorzaakt een wringend moment van \(z\) naar \(y\). De rechterhandregel geeft dan een vectorpijl in de negatieve \(x\)-richting.
Opgave
Wat weet je over de vorm van de wringende momentenlijn.
Uitwerking
De wringende momentenlijn verloopt tussen de punten \(\rm{A}\) en \(\rm{B}\), \(\rm{B}\) en \(\rm{C}\) linear: de constante verdeelde belasting treedt op naast het dwarskrachtencentrum, dus dat zorgt voor een lineair verlopende wringende momentenlijn.
In \(\rm{C}\) het wringend moment is gelijk aan een nog onbekende waarde: dit uiteinde is geen vrij uiteinde.
Rondom de punten \(\rm{A}\) en \(\rm{B}\), het wringende moment maakt een sprong: de uitwendige geconcentreerde wringende momenten zorgen voor een uitwendig wringend moment, wat een sprong veroorzaakt inde wringende momentenlijn.
Opgave
Bepaal de wringend momentenlijn.
Uitwerking
Het wringend moment halverwege \(\rm{C}\) en \(\rm{B}\):
Fig. 155 #
Het wringend moment net links van \(\rm{B}\):
Fig. 156 #
Het wringend moment net rechts van \(\rm{B}\):
Fig. 157 #
Het wringend moment halverwege \(\rm{B}\) en \(\rm{A}\):
Fig. 158 #
Het wringend moment in \(\rm{A}\):
Fig. 159 #
De wringende momentenlijn ziet er dan als volgt uit:
Fig. 160 #