Begeleide oefening 1#
In Instructie is het schuifspanningsverloop op een positieve snede in doorsnede \(\rm{D}\) gevonden voor de volgende constructie:
Fig. 31 #
Opgave
Wat zijn de schuifspanningen op een aantal andere punten?
Uitwerking
Gevraagd is het schuifspanningsverloop op een negatieve snede in \(\rm{D}\).
Allereerst bepalen we de dwarskracht in doorsnede \(\rm{D}\). Daarvoor bepalen we eerst de oplegreacties:
Fig. 32 Vrijlichaamsschema van de gehele constructie.#
Daarmee kunnen we de dwarskracht in \(\rm{D}\) bepalen op een negatieve snede:
Nu kunnen we de schuifspanningen bepalen op karakteristieke afschuivende delen in de doorsnede. Het punt van de doorsnede waarop we de schuifspanning moeten bepalen heeft de coordinaten: \(\rm{y}= 15, \rm{z} = -45\).
Het statisch moment van dit afschuivende deel is:
Het traagheidsmoment van de volledige doorsnede is:
Daarmee kunnen we de maximale schuifspanning bepalen:
Aangezien de dwarskracht naar beneden wijst in de negatieve snede is de richting van de schuifspanning ook naar beneden.
Ook is het spanningsverloop net links van \(\rm{C}\) gevraagd op een positieve snede.
Door het berekenen van de opleggingsreacties is de dwarskracht in de snede te bepalen:
Nu kunnen we de schuifspanningen bepalen op karakteristieke afschuivende delen in de doorsnede. Het punt van de doorsnede waarop we de schuifspanning moeten bepalen heeft de coordinaten: \(\rm{y}= -40, \rm{z} = 81\).
Het statisch moment van dit afschuivende deel is:
Het traagheidsmoment van de volledige doorsnede is:
Daarmee kunnen we de maximale schuifspanning bepalen:
Aangezien de dwarskracht naar beneden wijst in de positieve doorsnede is de richting van de schuifspanning ook naar beneden.