Tentamenopdracht 24 juni 2026#
Deze opdracht bevat 3 vragen, elk met een eigen constructie en doorsnede. De vragen kunnen onafhankelijk van elkaar gemaakt worden
Gegeven is de volgende constructie en doorsnede:
Opgave
Bepaal de waarde en richting van de schuifspanning in punt \(\rm{C}\) op een positieve doorsnede in \(\rm{A}\).
Uitwerking
De locatie van het normaalkrachtencentrum wordt als eerst bepaald:
De schuifspanning in punt \(\rm{C}\) kan vervolgens worden bepaald voor het volgende afschuifvlak:
Fig. 248 #
Daarnaast is nog het traagheidsmoment in de \(z\)-richting nodig:
Dit geeft:
De dwarskracht werkt op een positieve doorsnede omlaag, dus de schuifspanning in punt \(\rm{C}\) werkt ook omlaag.
Gegeven is de volgende constructie, doorsnede en schuifspanningsprofiel:
Opgave
Bepaal de locatie van het dwarskrachtencentrum.
Uitwerking
Het dwarskrachtencentrum ligt vanwege symmetrie sowieso op een hoogte \(\bar z = 0\). De locatie in de \(y\)-richting kan worden bepaald door werklijn van de resultante van de schuifspanningen te vinden.
Voor het berekenen van het totale moment van de spanningen wordt het middenpunt gekozen (waar de twee diagonale randen elkaar snijden). De spanningen in die diagonale randen hebben dus geen effect op het totale moment rondom dat punt. Daarom worden enkel de resultanten van de horizontale spanningen in de flenzen bepaald:
Fig. 252 #
Dit geeft:
Fig. 253 #
Dat statisch equivalent moet zijn aan de resultante van alle spanningen die gelijk is aan de dwarskracht:
Fig. 254 #
Het dwarskrachtencentrum is daarmee bepaald:
Fig. 255 #
Gegeven is dezelfde constructie en doorsnede, maar nu grijpt de kracht op een ander punt aan. Gegeven is dezelfde constructie en doorsnede, maar nu grijpt de kracht op een ander punt aan. Als je bij de vorige vraag het dwarskrachtencentrum niet hebt gevonden, mag je die hier aannemen als de volgende incorrect waarde: \(\bar y = 150 \, \rm{mm}, z = 0 \, \rm{mm}\).
Opgave
Bepaal de wringende momentenlijn inclusief het vervormingsteken.
Uitwerking
Deze uitwerking gaat uit van het correcte dwarskrachtencentrum.
Omdat de belasting niet in het dwarskrachtencentrum aangrijpt, zorgt dit voor een wringend moment:
De belasting treedt rechts van het dwarskrachtencentrum op en zorgt daarmee voor een wringend moment met de klok mee:
Fig. 258 #
Het inwendig wringend moment is daarmee:
Fig. 259 #
Dit geeft:
Fig. 260 #