15 september: TOZ#
Gegeven is de volgende enkelvoudig statisch onbepaalde constructie:
Opgave
Welke van de volgende opties is geschikt om met de krachtenmethode de constructie door te rekenen?
De inklemming bij \(\rm{A}\) vervangen door een scharnier met een statisch onbepaald moment, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Staaf \(\rm{BD}\) splitsen en een statisch onbepaald normaalkrachtenpaar toevoegen, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Staaf \(\rm{CG}\) splitsen en een statisch onbepaald normaalkrachtenpaar toevoegen, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Scharnier toevoegen tussen \(\rm{A}\) en \(\rm{D}\) met een statisch onbepaald momentenpaar, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Scharnier toevoegen tussen \(\rm{D}\) en \(\rm{E}\) met een statisch onbepaald momentenpaar, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Scharnier toevoegen tussen \(\rm{E}\) en \(\rm{G}\) met een statisch onbepaald momentenpaar, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Scharnieroplegging bij \(\rm{C}\) vervangen door een verticaal rolscharnier met een statisch onbepaald verticale kracht, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Oplossing
Er zijn 7 onbekende oplegreacties en 6 onbekende verbindingskrachten. Dat geeft een uitwendige graad van statisch onbepaaldheid van 1. Omdat deze constructie niet gesloten is, is de inwendige graad van statisch onbepaaldheid ook gelijk aan 1.
De inklemming bij \(\rm{A}\) vervangen door een scharnier met een statisch onbepaald moment, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is geen mechanisme dus een geschikte statisch bepaalde constructie.
Staaf \(\rm{BD}\) splitsen en een statisch onbepaald normaalkrachtenpaar toevoegen, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is geen mechanisme dus een geschikte statisch bepaalde constructie.
Staaf \(\rm{CG}\) splitsen en een statisch onbepaald normaalkrachtenpaar toevoegen, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is een mechanisme dus geen geschikte statisch bepaalde constructie.
Scharnier toevoegen tussen \(\rm{A}\) en \(\rm{D}\) met een statisch onbepaald momentenpaar, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is geen mechanisme dus een geschikte statisch bepaalde constructie.
Scharnier toevoegen tussen \(\rm{D}\) en \(\rm{E}\) met een statisch onbepaald momentenpaar, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is een mechanisme dus geen geschikte statisch bepaalde constructie.
Scharnier toevoegen tussen \(\rm{E}\) en \(\rm{G}\) met een statisch onbepaald momentenpaar, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is een mechanisme dus geen geschikte statisch bepaalde constructie.
Scharnieroplegging bij \(\rm{C}\) vervangen door een verticaal rolscharnier met een statisch onbepaald verticale kracht, met bijpassende vormveranderingsvoorwaarde
Deze constructie is een mechanisme dus geen geschikte statisch bepaalde constructie.
Gekozen wordt voor het volgende statisch bepaalde systeem:
Opgave
Wat is de normaalkracht in \(\rm{BD}\) als functie van \(B_{\rm{v}}\)?
Oplossing
Opgave
Wat is de normaalkracht in \(\rm{CG}\) als functie van \(B_{\rm{v}}\)?
Oplossing
Opgave
Wat is de dwarskracht net links van \(\rm{D}\) als functie van \(B_{\rm{v}}\) is gelijk aan?
Oplossing
Opgave
Wat is het moment in \(\rm{D}\) als functie van \(B_{\rm{v}}\) is gelijk aan?
Oplossing
Opgave
Wat is de zakking in \(\rm{D}\) als functie van \(B_{\rm{v}}\)?
Oplossing
De verplaatsing in \(\rm{D}\) volgt uit een vergeet-me-nietje:
Opgave
Wat is \(B_{\rm{v}}\)?
Oplossing
De verplaatsing van \(\rm{B}\) kan worden gevonden met de verlenging van een staaf door axiale krachten:
De vormveranderingsvoorwaarde geeft:
Opgave
Wat is \(w_{\rm{E}}\)?
Oplossing
De verplaatsing van \(\rm{B}\) kan worden gevonden met de verlenging van een staaf door axiale krachten:
De verplaatsing van \(\rm{D}\) volgt uit de eerder opgestelde formule. De rotatie van \(\rm{D}\) volgt uit hetzelfde vergeet-me-nietje:
De dwarskracht in \(\rm{DE}\) in \(\rm{E}\) is gelijk aan:
De verplaatsing van \(\rm{E}\) volgt dan uit de verplaatsing van \(\rm{D}\), het kwispeleffect door de rotatie van \(\rm{D}\) en de extra verplaatsing door de dwarskracht in \(\rm{E}\):